vrijdag 14 juli 2017

Is de angst voor omgekeerd inzamelen terecht?

Door Tijmen Siermann, onderzoeksadviseur bij I&O Research

De Nederlandse gemeenten willen in 2020 driekwart van het afval gescheiden inzamelen. De meest gebruikte oplossingen zijn een financiële prikkel met de invoering van gedifferentieerde tarieven waarbij per huishouden wordt geregistreerd hoeveel afval men aanbiedt (DIFTAR) of een serviceprikkel via omgekeerd inzamelen. Bij omgekeerd inzamelen worden bruikbare grondstoffen zoals papier, GFT en plastic aan huis opgehaald, terwijl de inwoners restafval juist moeten wegbrengen. Er bestaan vele vormen. Het aantal prullenbakken verschilt per gemeente en ook de ophaalfrequenties verschillen. Het effect is zichtbaar in de cijfers: waar het succesvol is ingevoerd, lijkt de doelstelling van het Rijksprogramma 'Van Afval Naar Grondstof' haalbaar. Helaas is de invoering van omgekeerd inzamelen niet overal succesvol en is er nog veel weerstand: doembeelden van zwerfafval, afvaltoerisme of nog erger: boze inwoners. Er zijn dan ook voorbeelden van pilots waarbij omgekeerd inzamelen faliekant mislukt. Is de angst dan terecht? Succesfactoren voor omgekeerd inzamelen op een rij.

Factor 1: communicatie over serviceniveau om draagvlak te vergroten

Een belangrijke sleutel voor succes is de communicatie voorafgaand aan de invoering. Verandering stuit op weerstand. In de wereld van de afvalinzameling is dat niet anders, en omdat in dit geval er ook nog eens extra inspanningen van de inwoners worden verwacht, is deze reflex misschien wel sterker dan gemiddeld. Door inwoners mee te nemen in het gedachteproces valt een hoop te winnen. Ook klimaatsceptici kunnen worden overtuigd. Omgekeerd inzamelen betekent niet alleen ‘met een vieze vuilniszak naar de hoek van de straat lopen’, maar ook een toenemend serviceniveau op alle andere afvalstromen. Onlangs voerde I&O Research in enkele kernen in de gemeente Moerdijk een onderzoek uit waarbij inwoners konden kiezen tussen het ophalen of wegbrengen van restafval. Met een informatieve folder werden beide opties toegelicht. In alle kernen koos de bevolking voor het omgekeerd inzamelen.

Factor 2: kostendiscussie niet leidend laten zijn
Essentieel voor het succes is de afstand van het huis tot de inzamelcontainer voor restafval. Bij omgekeerd inzamelen gaat het vaak over de kosten. Het plaatsen van inzamelcontainers is een flinke investering. Besparing op het aantal inzamelcontainers kan echter een averechts effect hebben. De investering wordt dan niet terugverdiend. Daarnaast wordt geïnvesteerd in een dienstverleningsniveau: de gemeente komt vaker langs om de verschillende afvalstromen op te halen. Deze kosten worden terugverdiend door de opbrengst van deze recyclebare stromen. De gemeente is dus gebaat bij optimale scheiding van stromen.

Factor 3: laagbouw sorteert een groter effect
De structuur van de gemeente speelt tevens een belangrijke rol. In grote steden, met veel hoogbouw, is men vaak al gewend om het restafval weg te brengen en is er minder effect te verwachten van de serviceprikkel van het aan huis ophalen van gescheiden stromen. Uit verschillende onderzoeken van I&O Research blijkt dat de afvalscheiding van laagbouw en hoogbouw niet te vergelijken is. Hetzelfde geldt overigens voor landelijk gebied. Voor inwoners buiten de bebouwde kom worden doorgaans maatwerkoplossingen bedacht.

Factor 4: kruisbestuiving met DIFTAR
Een opvallende succesfactor is de aanwezigheid van DIFTAR. Dit is geen vereiste, maar lijkt wel bij te dragen aan de kans van slagen. DIFTAR heeft vaak al het pad geëffend door met een financiële prikkel. De afvalkosten worden naar rato van afvalhoeveelheden doorberekend, waardoor inwoners bewuster worden van de invloed van het eigen gedrag met betrekking tot aankopen, afdanken en afval scheiden. Dat betekent een daling van in restafval (ca. 100 kilo). Met minder restafval is de gedachte om dit naar een ondergrondse container in de buurt te brengen beter te verteren.

I&O Research doet regelmatig onderzoek naar afvalinzameling. De focus ligt hierbij op draagvlak creëren aan de voorkant of het toetsen van de effecten en zoeken naar verdere verbeteringen.

Meer informatie
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Tijmen Siermann via 020-3330670.

 

Name:
Email:
Subject:
Message:
x