donderdag 24 juni 2010

Pas op: verhoogde interactiviteit!

Burgerpanels interactiever, waarom eigenlijk?
Gemeenten en provincies hebben in grote getale de mogelijkheden ontdekt van een digitaal burgerpanel. Met regelmaat zijn er peilingen waarbij inwoners hun mening kunnen geven over actuele beleidsissues. Zowel het bestuur als de ambtelijke organisatie is enthousiast en kan de uitkomsten toepassen in het beleid. Ook in technische en organisatorische zin zijn de kinderziekten er al lang uit. Toch blijken burgerpanels alleen niet voldoende te zijn voor overheden die behalve precies willen weten wat er leeft, burgers ook actief bij het beleid willen betrekken.

In veel nieuwe collegeprogramma’s wordt extra aandacht gevraagd voor nieuwe vormen van burgerparticipatie. In veel gemeenten wordt in dat verband al volop gesproken over Web 2.0 en crowdsurfing als dé manieren om burgers te laten meedenken over beleid. Maar, welke kansen zijn er om de bestaande digitale burgerpanels – waarin al het nodige is geïnvesteerd – zelf interactiever te maken, al dan niet met gebruikmaking van de nieuwste internettools?

Onderzoeks- en participatie-instrument
Het is al vaker opgemerkt: burgerpanels kunnen zowel worden ingezet als onderzoeks- en als participatie-instrument. Deze brede inzetbaarheid is een sterk punt van burgerpanels, maar misschien ook wel een zwakte.

Als onderzoeksinstrument schiet de representativiteit soms te kort. Vaak nemen er overmatig veel hoger opgeleiden aan deel. Ook is vaak sprake van een - daaraan gekoppelde - oververtegenwoordiging van mensen die zich meer betrokken voelen bij vraagstukken van algemeen belang. Door het aantal panelleden op te hogen, resultaten te herwegen, terughoudend te zijn met het toestaan van vrije aanmeldingen, gericht bij te werven en slim incentives in te zetten, is de representativiteit van burgerpanels wel op een acceptabel niveau te houden.

Als participatie-instrument is de interactiviteit vaak beperkt. Het invullen van een enquête is nu eenmaal niet de meest tot de verbeelding sprekende vorm van burgerparticipatie. Het is niet of in beperkte mate interactief: de communicatie is alleen asynchroon, panelleden ontvangen geen individuele feedback, er is geen directe interactie tussen individuele panelleden en beleidsvoerders.

Gezien het huidige beleidsklimaat bij gemeenten, waarin bezuinigingen hand in hand lijken te gaan met streven naar innovatie en meer doen met burgerparticipatie, kan het aantrekkelijk zijn om de participatiemogelijkheden van bestaande burgerpanels te versterken. De vraag is dan op welke wijze dat het beste kan.

In dit artikel beoordelen wij drie oplossingrichtingen en een aantal daaraan gekoppelde concrete instrumenten die als een soort plugin aan het burgerpanel gekoppeld kunnen worden. Schematisch weergeven zijn de dit richtingen waarin je kan denken om burgerpanels interactiever te maken.

Figuur 1
Oplossingsrichtingen voor interactiever burgerpanels 

Inspiratie voor de plugins op een of meer van deze drie oplossingsrichtingen kan gevonden worden in verschillende bronnen:

  • de groepsgesprekmethoden op het grensvlak tussen onderzoek en participatie, daarbij kan onder meer gedacht worden aan focusgroepen en burgerjury’s;
  • het ontwikkelen van subpanels rond specifieke onderwerpen of vraagstukken. Te denken valt aan klantenpanels of testgroepen;
  • Web 1.0 tools, zoals de chat of het discussieforum. Beide instrumenten kunnen permanent of projectmatig aan een burgerpanel worden gekoppeld;
  • Web 2.0 toepassingen. Bij wijze van voorbeeld kijken we vooral naar Hyves en Twitter, al zijn er talloze andere, vaak specifieke toepassingen beschikbaar of denkbaar.

Een uitgewerkte beschrijving van de plugins is op aanvraag beschikbaar via info@ioresearch.nl

Van deze participatietools beschrijven wij eerst enkele kenmerken, waarna we ze beoordelen op interactiviteit, uitvoerbaarheid en kosten.

(download hier het volledige artikel)

Naam:
Email:
Onderwerp:
Bericht:
x