woensdag 6 mei 2009

Nieuwe kansen voor een effectieve re-integratie

Peter de Bruin*

De in 2004 in werking getreden Wet Werk en Bijstand (WWB) heeft bij gemeentelijke sociale diensten voor een enorme omslag gezorgd in het denken over de mogelijkheden die de uitkeringsgerechtigden (cliënten) hebben op de arbeidsmarkt. Nog maar kort geleden was de algemene opinie dat 80% van de uitkeringsgerechtigden geen enkele mogelijkheid had voor toetreding op de arbeidsmarkt. Sociale diensten waren voornamelijk ‘uitkeringsfabrieken’. De cliënten reageerden hier navenant op: men zag de sociale dienst nauwelijks als een instantie die hen kon ondersteunen bij het verkrijgen van werk. Cliënten die al langer van een uitkering afhankelijk waren, hadden ook geen vertrouwen meer in hun eigen kwaliteiten en mogelijkheden en verzoenden zich met een plaats ‘achter de geraniums’.

Ontwikkelingen en successen

De eigen budgetverantwoordelijk vanuit de WWB heeft gemeenten gedwongen om te zoeken naar mogelijkheden om zowel de instroom van uitkeringsgerechtigden af te remmen als de uitstroom naar werk te bevorderen. Nagenoeg elke gemeente heeft inmiddels wel een Work First-achtige aanpak ontwikkeld, waarbij uitkeringsgerechtigden bij de uitkeringsintake al worden doorgeleid naar werk. De resultaten voor de beperking van de instroom zijn bij veel gemeenten spectaculair: een instroomreductie van meer dan 30% is in veel gevallen bereikt. Veel gemeenten benutten daarnaast het instrument huisbezoek bij de intake als instrument voor de alertheid op fraude en hanteren strakkere regels voor handhaving, ondermeer door het opstellen van risicoprofielen van cliënten. Tal van gemeenten hanteren ook het beleid dat jongeren tot 23 –en soms tot 26- jaar geen uitkering meer kunnen aanvragen en derhalve verplicht worden tot scholing of werk.

De uitstroombevordering is op gang gekomen door de –veelal openbare- aanbestedingen waarop re-integratiebedrijven intekenen, waarin zij garanties afgeven voor plaatsingen naar werk, vaak in de vorm van bonus/malusregelingen. In de afgelopen jaren zijn tevens detacheringsconstructies ontwikkeld, waarbij cliënten door re-integratiebedrijven meteen in dienst worden genomen, met de uitkering als onderpand voor de betaling van het salaris. WWB-cliënten zijn hiermee meteen uit de uitkering, waardoor eventuele tekorten op het Inkomensdeel van de gemeente worden verminderd.

Het planmatige en bedrijfsmatig denken vindt zijn weerslag in de gemeentelijke re-integratieverordeningen en –beleidsplannen, waarin duidelijk omschreven doelstellingen en succesindicatoren worden opgenomen. Klantmanagers weten steeds explicieter wat hun ‘target’voor uitstroom is. De ene gemeente kiest voor integraal klantmanagement, de andere voor een splitsing in rechtmatigheids- en doelmatigheidstaken, al naar gelang de competenties van de klantmanager. Ook worden de taken vaak gesplitst tussen klantmanagers die zich met werk of met zorg bezighouden. Cliënten worden in toenemende mate ingedeeld op een re-integratieladder, met als doel de voor hen zo hoog mogelijke trede te bereiken.

Bij vrijwel ieder gemeente wordt een gestructureerdere samenwerking met hun ketenpartners (CWI, UWV, re-integratiebedrijven, etcetera) ontwikkeld middels samenwerkings convenanten, die vaak gepaard met een bundeling van krachten op het gebied van intake en vacaturebemiddeling in bedrijfsverzamelgebouwen. Ook de fusie van het UWV en het CWI in 2009 zal naar verwachting bijdragen tot kortere lijnen en een betere service naar cliënten.

Nieuwe uitdagingen

Er is dus over het algemeen veel goeds te melden over de ontwikkeling van het WWB-beleid bij gemeenten. Toch liggen er nog voldoende uitdagingen voor de toekomst. I&O Research voert voor tal van gemeenten gecombineerde onderzoeken uit naar enerzijds de klanttevredenheid over de dienstverlening en anderzijds bestandsanalyses naar de re-integratiemogelijkheden van de uitkeringsgerechtigden. We kunnen op deze manier een verband leggen tussen de klanttevredenheid naar de dienstverlening van de sociale dienst en de fase van het re-integratieproces waarin de cliënt zich bevindt.

Uitgangspunt bij deze bestandsanalyses is dat we een ‘ frisse blik’ werpen op het cliëntenbestand, door met name te kijken naar de capaciteiten, wensen en interesses van cliënten. We zien dat veel cliënten zich afwachtend richting gemeente opstellen. Hoe meer aandacht de gemeente in haar serviceverlening in de breedste zin des woords aan een cliënt besteedt, hoe meer de cliënt zich serieus genomen voelt. De motivatie om dan een ‘tegenprestatie’ te leveren, in de vorm van het actief mee helpen zoeken naar de weg naar werk, zal hierdoor toenemen. We noemen hierbij twee voorbeelden.

In een door ons uitgevoerd onderzoek bij een gemeente die weinig aandacht besteedde aan de cliënt, was 97% van het bestand al langer dan een jaar werkloos; 79% van het bestand gaf aan dat men beperkingen had voor het verrichten van betaalde arbeid. Naast zorgtaken voor gezin of familie werden leeftijd, door hen zelf beleefde lichamelijke of psychische beperkingen of onvoldoende opleiding of werkervaring hiervoor als redenen aangevoerd. Slechts 52% van het bestand gaf aan, zondermeer bereid te zijn om te werken en slechts 18% van de gesproken cliënten wilde zo spoedig mogelijk weer aan het werk.

Bij gemeenten met een grote mate van aandacht en klantgerichtheid zien we juist de tegenovergestelde ontwikkeling. Bij een detacheringsproject voor een groep ‘onderkant fase 4’- cliënten constateerde we, dat het aanbieden van een detacheringsplaats bij de helft van de aangeleverde cliënten al een reden was om de uitkering zelf te beëindigen, omdat men op eigen kracht werk had gevonden. Van de restererende groep werd ruim 80% van de kandidaten binnen 2 maanden geplaatst op regulier werk. Wel moest het re-integratiebedrijf met de cliënt ‘op zoek’ naar de inmiddels verborgen ambities en mogelijkheden.

Betere uitstroomresultaten

We ervaren derhalve dat er betere uitstroomresultaten naar betaald werk worden gerealiseerd als een aantal voorwaarden voor succesvolle re-integratie bij elkaar worden gebracht:
• Wij adviseren sociale diensten om een zo optimaal mogelijke serviceverlening aan cliënten aan te bieden. Beschouw ze daadwerkelijk als klanten. In onze onderzoeken brengen we de klanttevredenheid in kaart over zaken als de behandeling en toegevoegde waarde van de klantmanager, de informatievoorziening, de spreekuren, de kennis en het gebruik van regelingen en de tevredenheid over de tot dusver gevolgde trajecten bij re-integratiebedrijven;
• Het betrekken van de cliënten in het re-integratieproces door het in acht nemen van motivaties, ambities en interesses van deze cliënten achten wij eveneens van eminent belang. Ieder mens heeft mogelijkheden en competenties. De kunst is echter om deze naar boven te halen, ook bij cliënten die al langer in de uitkering zitten. Het ontwikkelen van de deskundigheid van klantmanagers van sociale diensten voor het goed analyseren van deze competenties bij de cliënt achten wij noodzakelijk;
• De juiste matching van vraag en aanbod is natuurlijk essentieel. Benut voor de cliënten die een langer traject richting (regulier) werk nodig hebben de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO). Alleen al het door de gemeente aanbieden en erkennen van door cliënten verricht vrijwilligerswerk of mantelzorg werkt statusverhogend. Door gerichte begeleiding en scholing kunnen cliënten doorgroeien naar volwaardige werknemers. Voor cliënten die sneller naar regulier werk kunnen uitstromen kijken we in ons vacature onderzoek niet alleen naar de ‘harde’ vacatures voor mensen met een courant CV. We kijken ook naar meer ‘verborgen’ vacatures, waarbij uitkeringsgerechtigden een kans krijgen om zich via een werkervaringsplaats opf stage te bewijzen. In onze werkgeversbenadering appelleren voor ook aan dit stukje maatschappelijk verantwoordelijkheidsbesef bij werkgevers;
• Indien aan deze voorwaarden is voldaan is een vriendelijke, maar resultaat-gerichte en zakelijke verhouding tussen de gemeente, de cliënt en het re-integratiebedrijf vrij eenvoudig te realiseren. Hierbij committeert ook de cliënt om zich optimaal in te zetten om het op zijn of haar maat ingerichte (re-integratie)traject een succes te laten worden;
• Met betrekking tot het het monitoren van de voortgang van de stappen die de cliënt op de re-integratieladder maakt zijn er over het algemeen nog wel slagen te maken. We zien dat veel gemeentelijke cliëntvolgsystemen matig zijn gevuld als het gaat om met name het re-integratiedossier. Competenties worden vaak niet geregistreerd en er is geen koppeling mogelijk met de vragen vanuit de werkgeverskant. De uitstaande trajecten bij de re-integratiebedrijven worden vaak matig tussentijds gevolgd, omdat de basis voor deze monitoring vaak niet goed is vastgelegd.

Concluderend kunnen we dus stellen dat de visie met betrekking tot de kansen van uitkeringsgerechtigden kantelt: voor 80% van de uitkeringsgerechtigden blijken er wel degelijk kansen te zijn om een maatschappelijk nuttige functie uit te oefenen, veelal in de vorm van regulier werk.


* Peter de Bruin is Account manager Werk, Zorg en Jongeren bij I&O Research

Naam:
Email:
Onderwerp:
Bericht:
x