woensdag 22 november 2017

Blog: Bestuurlijke elite schiet zichzelf in de voet

Door: Peter Kanne, onderzoeksadviseur I&O Research

In een serie reportages onder de noemer ‘Schaduwmacht’, onderzoeken Vrij Nederland en Nieuwsuur de werking van de Nederlandse democratie. Voor de eerste publicatie (22 en 23 november 2017) werd onderzocht of de idee van een politieke banencarrousel op waarheid berust. Politicoloog Joost Berkhout van de Universiteit van Amsterdam zette de cijfers van politieke loopbanen op een rij; I&O Research onderzocht in hoeverre het beeld van een ‘banenmachine’ bij de kiezers bestaat. Beide onderzoeken bevestigen het beeld tot op zekere hoogte: CDA, VVD en PvdA zijn – als dit wordt vergeleken met hun electorale sterkte – oververtegenwoordigd in de bestuurlijke elite en een groot deel van de kiezers is ervan overtuigd dat deze partijen de macht onder elkaar verdelen, terwijl ze wíllen dat bestuursfuncties ook open zijn voor politici van andere, nieuwe partijen of partijlozen. Vooral kiezers van de flankpartijen oordelen hier scherp over. Zij hebben nog weinig vertrouwen in de politiek en keren de oude middenpartijen de rug toe. Deze partijen schieten met het vasthouden aan de bestuurlijke macht in eigen voet. Zo betoogt Peter Kanne.

Hoongelach
Het idee voor de publicaties en de onderzoeken ontstond al voor de zomer, maar het leek wel ingegeven door de dialoog tussen Thierry Baudet van Forum voor Democratie en Klaas Dijkhoff, de nieuwe fractievoorzitter van de VVD. Bij het debat over de regeringsverklaring, begin november vroeg Baudet aan Dijkhoff waarom hij het niet had over het fenomeen dat volgens hem ‘de ene na de andere VVD’er, vanuit de Kamer of vanuit het kabinet, naar de zorgwereld gaat.’ En omgekeerd. Dijkhoff, onverstoorbaar: ‘De heer Baudet zal mij de komende jaren nooit horen over dingen die niet bestaan’.
Tweede Kamerleden lachen. Baudet schudt vertwijfeld het hoofd. Dijkhoff vertrekt geen spier. Baudet, getergd: ‘Dit is een kartel, een gesloten wereld, waar men elkaar de handen boven het hoofd houdt. (…) Het is echt ongelooflijk dat de nieuwe fractievoorzitter van de VVD hier zegt dat het niet bestaat’.
Dijkhoff: ‘Wat je ziet is dat bestuurders besturen en als ze ergens goed in zijn komen ze op een andere plek ook terecht. (…) Mensen die een topfunctie bij een bank bekleden hebben eerder bij een bank gewerkt. Mensen die bij PSV in het eerste komen, komen ook niet van het hockeyveld afgerend…’ (luid gelach van – zo klinkt het – een groot deel van de Tweede Kamer) ‘… die hebben ervaring opgedaan in een lager elftal. Dus dat zijn mensen die ergens goed in zijn (…) dat er om gevochten wordt, dat vind ik vrij logisch’.
Baudet, zichtbaar ontregeld: ‘Dit is de meest interessante verdediging van belangenverstrengeling die ik ooit heb gehoord… Ik heb een ander punt..’
Op het moment dat Baudet over het ‘andere punt’ begint, klinkt er luid hoongelach uit de Kamer. En niet alleen van VVD-Kamerleden.

Nederlands elftal
De inhoud, de woorden zijn van belang, maar de reacties van de overige Kamerleden spreken helemaal boekdelen. Dijkhoff lijkt soeverein overeind te blijven, Baudet druipt af. In de ogen van de meeste watchers, tenminste. De FvD-achterban ziet dat anders en in de peilingen blijft de partij het goed doen (nu gemiddeld op zo’n 10 zetels). Baudet laat wel een kans voor open doel liggen. Want, om de voetbalmetafoor door te trekken, wat Baudet had moeten zeggen was: het gaat niet om het eerste van PSV, het gaat om het Nederlands elftal. Als we de voetbalclub (PSV) even gelijkstellen aan de politieke partij en het Nederlands elftal aan het algemene, landelijke belang, dan zal toch ook de heer Dijkhoff moeten erkennen dat daar de beste Nederlandse spelers in horen te spelen. Als FC Twente, AZ of PEC Zwolle kampioen van de eredivisie worden, zal de bondscoach niet uitsluitend spelers van PSV, Ajax of Feyenoord blijven opstellen.
Het onderzoek van Joost Berkhout laat zien dat dat in het openbaar bestuur wel het geval is. Ruim 80 procent van de burgemeestersposten wordt bijvoorbeeld nog steeds bezet door een lid van CDA, VVD of PvdA, terwijl ze samen nog geen 40 procent van de stemmen kregen bij de Tweede Kamerverkiezingen van maart dit jaar. Bij de gemeenteraadsverkiezingen ligt dat aandeel nog lager. Nieuwere partijen als SP, PVV, Partij voor de Dieren of 50 Plus leveren geen enkele burgemeester, GroenLinks of ChristenUnie mondjesmaat. Berkhout laat bovendien zien dat er een sterke relatie bestaat tussen de partij van de Commissaris van de Koning –de CdK stelt een groslist van kandidaten op, waarna de gemeenteraad beslist – en de partijkleur van de burgermeester. Op Han Polman van D66 (Zeeland) na zijn alle CdK’s van CDA-, VVD- of PvdA-huize en – hoewel ze met de hand op het hart beweren uitsluitend naar kwaliteit te kijken – komen naar verhouding vaak kandidaten van hun eigen partijen bovendrijven. 

Vooral PVV-, FvD, SP- en 50 Pluskiezers verliezen vertrouwen in politiek
Uit ons onderzoek blijkt dat kiezers het in de eerste plaats belangrijk vinden dat bestuurders inhoudelijk kennis hebben van het beleidsterrein, in de tweede plaats willen ze dat ze bestuurlijke ervaring hebben. In de praktijk wordt vooral gekeken naar het laatste, waardoor de cirkel van de oude machtsstructuur zichzelf in stand houdt. Een argument dat vaak wordt aangevoerd, dat het goed is voor een stabiel bestuur van het land, wordt door de kiezers niet onderschreven: slechts een op de vijf is het hiermee eens, onder kiezers  van VVD, CDA en PvdA ligt dat iets hoger. De aanhang van FvD, PVV, SP en 50 Plus en PvdD wijst deze gedachte sterk af. Ze vinden dat bestuurders ook uit de nieuwere partijen moeten komen. Driekwart of meer van de FvD-, PVV-, SP- en 50 Plus-kiezers denkt dat politieke partijen hun eigen mensen de mooiste banen toeschuiven en 60 tot 80 procent van deze kiezers vindt dat de oude partijen de macht onder elkaar verdelen. Twee derde van de kiezers vindt dat sollicitatieprocedures voor publieke functies openbaar en toegankelijk moeten zijn voor iedereen, onder kiezers van PVV, FvD, 50Plus en SP ligt dit (ruim) boven de 70 procent.
De meeste kiezers gaan niet zo ver om te veronderstellen dat VVD, CDA, PvdA en D66 nieuwkomers buitensluiten (een kwart denkt van wel), maar onder kiezers van PVV en FvD (60 procent of meer) en 50 Plus en SP (40 procent of meer) is deze opvatting wijdverbreid. Juist deze kiezers verliezen het vertrouwen in het democratische proces. Van alle kiezers heeft een kwart geen vertrouwen meer in de politiek, maar onder kiezers van de flankpartijen (vooral PVV-, FvD- en 50 Plus-kiezers) ligt dit veel hoger.

Terug naar Dijkhoff en Baudet. De bijval die Dijkhoff kreeg voor zijn stoïcijnse optreden en zijn gevatte oneliners zijn pijnlijk als we kijken naar de werkelijkheid en het beeld dat kiezers van de werkelijkheid hebben. In plaats van te spreken over ‘dingen die niet bestaan’ zouden hij en zijn medemachthebbers – in de ogen van veel politiek cynische kiezers zijn dat de ‘oude partijen’ VVD, PvdA, CDA, en in mindere mate D66 en GroenLinks – er goed aan doen de kritiek van Baudet op het ‘partijkartel’ serieus te nemen in plaats van belachelijk te maken. Nu wordt het verwijt van Baudet met een grap afgedaan, beter zou het zijn te onderzoeken hoe meer openheid te betrachten is. De flankpartijen (PVV, SP, 50 Plus, PvdD en FvD) haalden in maart samen 30 procent van de stemmen en komen in onze laatste peiling op 33 procent. Spot en hoongelach van gevestigde politici alleen zullen deze groei niet stoppen.

Peter Kanne
22 november 2017

Naam:
Email:
Onderwerp:
Bericht:
x